Natuurmonument De Beer

Het noodlot van De Beer

De monding van de Nieuwe Waterweg als toegangspoort tot de haven van Rotterdam was vanuit militair oogpunt een belangrijk strategisch object. Tot dat inzicht kwam het Nederlandse militaire gezag aan het eind van de jaren twintig. In 1928 kreeg het ministerie van Defensie daarom toestemming om op De Beer een kustbatterij, munitiemagazijnen en diverse andere gebouwen neer te zetten. De Duitse inval in 1940 bracht voor De Beer geen gevechtshandelingen met zich mee. De daarop volgende oorlogsjaren gingen daarentegen voor De Beer niet onopgemerkt voorbij. Eind 1940 kwam er een inpolderingsplan op tafel. In feite kwam het plan er op neer dat het gehele zuidoostelijke gedeelte van De Beer, het zogeheten Rietmoeras, totaal 385 ha, ingepolderd zou worden en zou worden omgezet in landbouwgrond. Maar dat was nog niet alles: er werd aan de west-en zuidkant ook een massieve zeewering aangelegd. Ondanks verzet van het bestuur van de Stichting Natuurmonument De Beer kwamen de plannen tot uitvoering. De inpoldering was gereed in 1943. De Nieuwe Polder, die later ook wel de Pan- of Krimpolder werd genoemd, was ontstaan. Niet alleen was een uniek moeras- en getijdengebied voorgoed verloren gegaan, de aanleg van de dijk nam een groot deel van de dynamiek van het duinsysteem weg.

De Beer sterk aangetast door De Atlantikwall

De periode van de Duitse bezetting zou echter nog meer catastrofale gevolgen voor De Beer hebben. Al in het voorjaar van 1940 begonnen de Duitsers met het aanleggen van verdedigingswerken op De Beer, hoewel de omvang ervan in het begin beperkt bleef. In december 1941 viel de beslissing om langs de gehele Atlantische kust verdedigingswerken aan te leggen. Dit geheel aan versterkingen langs de Europese kust kreeg in eerste instantie de naam Neue Westwall. In de herfst van 1942 kwam echter de naam Atlantikwall in zwang. De eerste plannen voorzagen in de bouw van meer dan 500 bunkers aan de noordkant. Later werd dit aantal teruggebracht tot 220, waarvan er uiteindelijk 210 werden gerealiseerd. Het was pas met het gereedkomen van nieuwe plannen in april 1943 dat ook de bouw van bunkers op De Beer ter hand werd genomen. Hier ging het om een aantal van 150.

Zie ook: — De rol van Hendrik Bakker bij de inpoldering van de zuidkant van De Beer tijdens de Tweede Wereldoorlog

Een vesting binnen een vesting

Een apart verhaal was het zogeheten Kernwerk. Dit Kernwerk vormde het hart van de verdediging aan de zuidoever van de Nieuwe Waterweg, dus op De Beer. Een Kernwerk was eigenlijk op te vatten als een soort citadel. Het lag aan de rand van De Beer en vormde een soort vesting binnen de Vesting Hoek van Holland. Het Kernwerk alleen al had een oppervlakte van 14 ha. Deskundigen stellen dat de Vesting Hoek van Holland, vanwege de strategische positie van de Nieuwe Waterweg, de zwaarst verdedigde stelling in Nederland moet zijn geweest. Het Kernwerk is mogelijk zelfs het zwaarste fort van de gehele Atlantikwall geweest, maar in ieder geval was het dat van Nederland.

Het waren alles bij elkaar zeer ingrijpende handelingen in dit landschap met als resultaat dat de vogelstand ernstig terugliep. In een boekje van de Stichting Natuurmonument De Beer van na de oorlog schreef Mörzer Bruijns onderkoeld: 'Het prachtige landschap is daardoor in zijn totaliteit ernstig geschonden'. De conclusie is dat door de massaliteit van de Duitse verdedigingswerken van het oorspronkelijke landschap vrijwel niets heel gelaten moet zijn.

Dijken en een inpoldering

De Tweede Wereldoorlog had diepe wonden in De Beer geslagen. Een kwart van het oppervlak was voorgoed door de inpoldering van het gebied in het zuiden verloren gegaan. Het voorheen zo dynamische ecosysteem was door de bouw van zeeweringen bovendien grotendeels aan banden gelegd. Gelukkig waren de strandvlaktes verhoudingsgewijs gespaard gebleven. Zo goed en zo kwaad als het gaat probeerde het bestuur van de Stichting Natuurmonument De Beer er nog wat van te maken. En ondanks al het optimisme over het voorspoedige herstel, had De Beer nog maar een schijntje van de glorie van voor de oorlog. Niettemin zorgde de massale terugkeer van de kustbroedvogels voor een nieuw naoorlogs hoogtepunt: eind jaren veertig en begin jaren vijftig werden historisch hoge aantallen visdiefjes en grote sterns op De Beer waargenomen.

De bevrijding van Nederland ging voor Rotterdam met bittere gevoelens gepaard. De havens en de havenwerken waren door de Duitsers grondig vernield. De schade bedroeg meer dan 50 miljoen gulden. Het herstelwerk werd echter voortvarend aangepakt. En ook de Duitse bunkers op De Beer bleken dan toch nog ergens goed voor te zijn. Een deel ervan werd opgeblazen, want ook het puin kwam goed van pas bij het herstel van de Rotterdamse haven. In 1950 luidde de koningin Juliana feestelijk een scheepsbel ten teken dat alle sporen van de oorlog in de Rotterdamse haven waren uitgewist. Bovendien was de haven nu ook meteen deels gemoderniseerd. Vijf jaar later, 1955, werd een nieuw record bereikt. Op 24 december van dat jaar loopt het 20.000ste schip, het Zweedse La Plata, de haven binnen. Het niveau van voor de oorlog is overtroffen. Rotterdam was nu de op één na grootste haven ter wereld.

 

Vervolg1955-1965

 

Laatste wijziging

15 oktober 2018

Terzijde

Omslag 'Het Vogeleiland', 1930

Hoge Duitse militairen inspecteren delen van de Atlantikwall op De Beer. Ook Rommel bezocht een aantal malen De Beer. Foto Bundesarchiv.

Zie hier voor meer foto's van de bouwwerken uit de oorlog

 

Inpoldering Rietgors

Opspuiten van de zuidelijke dijk bij de inpoldering van het Rietgors. Foto uit het artikel van Verhoeven.

Groter maar niet per se veel beter [1850 x 1300 px, 1.7 MB]

 

Inpoldering Rietgors

Voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van de zuidelijke dijk bij de inpoldering van het Rietgors. Op de achtergrond de Brielsche Maas. Wie de heren op de foto zijn, is niet bekend. Misschien de kwade geniussen Bakker en van Van Beek? Foto uit het artikel van Verhoeven.

Groter maar niet per se veel beter [1900 x 1300 px, 1.3 MB]