Natuurmonument De Beer

In het Verkade-album Onze groote rivieren (1938) besteedt Jac. P. Thijsse aandacht aan de Beer. Hieronder de betreffende passage.

'Ik ben daar wel grootsch op en hoop van harte, dat de bedrijvigheid van vroeger zich spoedig herstelt. Toch komen nu nog altijd meer dan tienduizend schepen per jaar den Waterweg binnen, maar we kunnen er dubbel zooveel hebben. De omstandigheden hebben ertoe geleid, dat de gemeente Rotterdam zich ook heeft gevestigd aan den mond van den Nieuwen Waterweg, de buurtschap Hoek van Holland. Zoodoende is zij de overbuur geworden van één der merkwaardigste landschappen, die er bestaan: de „Beer" (26) aan den Hoek van Holland. Eigenlijk is dit het neusje, dat bij het graven van den Nieuwen Waterweg van de duinreeks werd afgesneden. De eigenlijke mond van de Maas boog om dien hoek heen, maar is toen afgedamd en zoo is die „Beer" dan thans vastgehecht aan het eiland Rozenburg.

Dat doet er niet zoo heel veel toe: hij heeft toch een apart bestaan, een bestaan van verlatenheid, vrijheid en rijkdom. Daar zijn wijde stranden en groote zandbanken, drasse slikken en groepen van duinen. Langs den Zuid- en Oostrand stroomt de Brielsche Maas heen en weer al naar het ebt of vloedt. Het slib herbergt ruimen overvloed van klein leven, onuitputtelijke bron van voedsel voor visschen en vogels. Op het hooge strand vinden de vogels een veilige nestplaats en zij huizen er bij duizenden en duizenden. De lage duinvlakken zijn begroeid met al de mooie planten, die er thuis hooren. De zeldzame gele hoornpapavers staan bij troepen achter het vloedmerk. Dicht struikgewas bekleedt de hellingen. Hier hebben wij weer het bijzonder bekoorlijke verschijnsel, dat vlak bij elkander huizen de liefelijke zangvogels van bloemrijke bosschen en de luidruchtige steltloopers en zwemvogels van de ruime vlakten, de breede stranden en de wijde zee. In de bloeiende eglantiers en hondsrozen zingen kneutjes en paapjes en de mooie grauwe klauwier. Schrille grasmusschen stijgen op uit de duindoorns, nachtegaal en zwartkopgrasmusch kweelen in de vlieren en ligusters. En als we honderd meter verder loopen, dan gieren woeste scholeksters op ons aan. Kieviten buitelen boven hun nestweide, tureluurs wippen op de heiningpalen, die de naburige koeien op hun plaats houden. Nog een eindje verder huizen duizenden Groote Sterns en daar kan het ook druk zijn van kluten en pleviertjes. De Groote Sterns hebben tegenwoordig in ons land drie groote vaste broedplaatsen: Griend, de Beer en Schouwen. Bovendien probeeren ze ieder jaar zich te vestigen op Texel en dat lukt soms wel, soms niet. Ook hebben ze een paar jaar geleden op Voorne trachten te broeden, maar dat is op niets uitgeloopen.

Op Griend zijn ze wel het talrijkst, maar ook op de Beer broeden vele honderden paren. Wanneer ze niet verontrust worden, kunnen we uit de verte de broedende vogels zien als groote, witte plekken op het grijze strand aan de blauwe zee. Sterns houden van begroeide plaatsen; komen we nader, dan gaat de heele massa de lucht in onder woest geschreeuw van „starriet, starriet", een uitbarsting van vogels, een onvergetelijk, indrukwekkend verschijnsel. Later krioelt het er van jonge vogels en dan vliegen de ouden af en aan met voedsel. Ze visschen op den Waterweg en op zee, duiken hoog uit de lucht kopje onder naar prooi. Een gezelschap visschende Groote Sterns is alweer een van de mooiste dingen, die je hier aan den Maasmond te zien kunt krijgen.

Zoo'n gebied vraagt natuurlijk om bescherming. Wel nu, de Beer is ondergebracht in een Stichting, met bestemming als natuurmonument. Het terrein wordt streng bewaakt en het bezoek doelmatig geregeld. De konijnen zullen er nog beteugeld moeten worden en wanneer dat eenmaal is gelukt, dan zal deze Beer mogen meetellen onder de belangrijkste natuurmonumenten van ons land, ja van de heele wereld. Grooter tegenstelling is er wel haast niet denkbaar dan die tusschen het geweldig menschelijk bedrijf langs den Waterweg en het afzonderlijk natuurleven op die Beer. Eén van mijn schoonste herinneringen is die van de eenzame wildernis met de duizenden vogels van allerlei soort en daarachter de hooge romp van de destijds nieuwe „Statendam", binnengesleept wordende door forsche sleepbooten, die den achtergrond vervulden met hun zware rookwolken. Dit is dan de mond van den Rijn, de aloude en naar wij hopen onverwoestbare natuur, het rijke leven, waar rivier en zee elkaar ontmoeten en daarbij in dat reuzenschip de uitdrukking van het menschelijk bedrijf in de wereld van welvaart en welbehagen.'

 

Logo

Laatste wijziging

15 oktober 2018

Terzijde

Thijsse

Jac. P. Thijsse. Foto collectie Natuurmonumenten.

 

De Beer zuidzijde

De Beer zoals afgebeeld in 'Onze groote rivieren' op pagina 67. Het is een aquarel van J. Voerman jr. en toont een deel van de zuidkant van de Beer. Op de achtergrond is vaag nog de toenmalige Brielse Maas en de toren van Brielle te zien.