EditRegion4

Met de NJN naar De Beer

Frans Beekman in de Schouwsche duinenVolgens mijn aantekeningen en foto's ben ik tussen 1955 en 1961 ongeveer tien keer naar het natuurmonument De Beer geweest. Die excursies hebben in het licht van de geschiedenis een mythische betekenis gekregen.

Vanaf het verzamelpunt Pioenweg in Den Haag vertrok een afdeling van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) over het fietspad door de duinen langs Ter Heijde en 's-Gravenzande naar de Berghaven in Hoek van Holland. Daar lag het bootje van Prins, dat ons op de steiger aan de overkant van de Nieuwe Waterweg afzette. De schriftelijke vergunning was tevoren geregeld. De hele dag sjouwden we dan met een pakje brood en een appel in de pukkel over De Beer. We waren er vooral in de herfst of winter met regen en wind, niet in de broedtijd en in de zomer; en echte outdoor-kleding hadden we niet!

Wat ik mij vooral herinner is dat we altijd volgens een vaste route liepen. Na de steiger meteen langs de noordkant van De Beer (met nog veel betonnen bunkerrestanten) naar de Zuidpier. Daarna over het droge strand en het Groene Strand naar de Zuidpunt. Bij de monding van de Brielse Maas over het natte strand en het slik landwaarts naar de dijk van de Krimpolder. Tenslotte via duinvalleien als Het Breed en de Kievitenplas terug naar de steiger.

Nog zie ik de landschappelijke doorsnee voor mijn geestesoog. De zee met zandbanken, een breed strand met vloedlijnen, het begroeide strand, afgekalfde strandduintjes en de hogere duinen met veel inhammen. Bij de Zuidpier en op het strand lag altijd veel aanspoelsel. Bijzondere vondsten waren trossen bananen, kisten, flessen en steenkool. En ook wel het skelet van een zeehond. De enorme ruimte en de wijde zee met grote schepen voor de kust op de Maasvlakte staan me nog steeds bij. In de verte lag Voorne met de stompe toren van Brielle. Het landschap van De Beer was geheel anders dan op de smalle Hollandse kust.

De eerste keer - op 6 september 1955 - zien we vier morinelplevieren (dé herfstvogel van De Beer) en 40 zeehonden aan de zeekant. De meest uitgebreide vogellijst is van 22 december 1956 met onder meer eidereenden in zee, kramsvogels in de struiken, vier strandleeuweriken voor het eerst goed gezien en 50 bergeenden. In de herfst van 1958 fotografeerde ik - vlakbij liggend - de morinelplevier. Op 15 november 1959 zagen we 300 bergeenden bij de Zuidpunt en 200 kluten in het slik langs de Brielse Maas. Op diezelfde dag vloog op slechts 15 meter afstand een kleine burgemeester in de Berghaven.

Nu na ruim een halve eeuw zeg ik vaak: 'Ik heb De Beer nog gekend'!

Frans Beekman

NJN'ers

NJN'ers, met Frans Beekman vooraan meest rechts met bungelende benen, wachtend op de steiger bij de Beer, oktober 1957. Foto Herman Nijhoff.

 

25022012