EditRegion4

Gerard Ouweneel

Fragment uit 'Voor vogels de wereld rond', 2011.

Gerard OuweneelOmdat er signalen zijn dat het nu wel genoeg is geweest met nostalgische terugblikken, twijfel ik over een hoofdstuk 'De Beer': immers, voor degenen die daar zelf nooit waren - en voor personen beneden de 60 jaar is dat een axioma - kan het vermoeiend en frustrerend zijn wederom een emotioneel relaas over dit gebied voorgeschoteld te krijgen, zo'n verhaal dat standaard begint met 'Vroeger op De Beer ... !' Trouwens, is met het in 2007 verschenen boek Een eersteklas landschap niet alles over de teloorgang van dit natuurmonument neergeschreven? Via dit boek kan men zelfs een door Jan KooIen uitgezette virtuele tocht over De Beer maken. Bovendien was de hoeveelheid informatie en beeldmateriaal die de auteur Ed Buijsman voor deze studie bovenwater kreeg dermate groot, dat het tot een heuse De Beer-revival kwam, met als climax de presentatie op 16 oktober 2007 in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam.

Voor die avond waren vroegere De Beergangers uitgenodigd, lieden die Buijsman had weten op te sporen voor interviews over hun grote momenten en andere herinneringen. Mocht ik daarvoor gedacht hebben alleen te staan met mijn De Beer-memoires en last hebben van twijfels of jeugdsentiment en verlangen naar het vroegere Nederlandse landschap geen rol speelden, dan was die avond een opluchting. Want ook zij, lieden als Hans Haven, Luuk Draaijer, Kees van Leeuwen en Rob Lathouwers, allen NJN'ers, koesterden hun De Beer-verleden. De vraag 'weet je nog wel toen .. .' ging dan ook telkens opnieuw rond. Die avond gingen er letterlijk en figuurlijk kurken van flessen en werd menigeen emotioneel geraakt doordat hij zijn memorabele De Beer-momenten kon delen met geestverwanten. Als je aan intens beleefde momenten op De Beer denkt, levert
je vermogen om in je geest opgeslagen beelden op het netvlies te projecteren, een album vol kostbare afdrukken op. Zoals deze, van die slechtvalk, rustend op een van de drie houten bakens bij de Zuidpier.

Het was, in oktober 1950, de eerste slechtvalk die ik zag. Ook beelden van zeearenden boven het Brielsche Gat, een week voor de stormramp van 1 februari 1953. Van lachsterns boven het Zuidslik en van dat vale stormvogeltje in de monding van de Nieuwe Waterweg, een uur na die rosse franjepoot langs de Brielse Gat-dam. En van drommen joelende grote sterns boven hun kolonie bij de Zuidpier, een kolonie die tot 10.000 paren kon bevatten. Ieder najaar speuren naar morinel-plevieren op het Groene Strand, naar draaihalzen in de vlieren en naar kleine jagers boven de strandvlakte, onrust brengend onder de cohorten meeuwen. Beelden van vogelmassa's en van een individu wisselen elkaar af. Het ene ogenblik verschijnt een zwerm kramsvogels aan de binnenzijde van mijn ogen, het volgende moment die beflijster of klapekster die net een van de mistnetten weet te ontwijken. Of die kleine vliegenvanger van de Aanspoelselhoek bij de Zuidpier.

Bij alle vogelbeelden domineert de grootse entourage van het landschap: de wilde vlierstruwelen van Het Breed, dat immense Groene Strand, de onbegrensde gezichtseinder van het Noordzeestrand dat aan de zuidrand, bij de monding van het Brielsche Gat, gemarkeerd werd door imposante, geïsoleerd oprijzende duinformaties. Beelden van ruimte, stilte en vrijheid, het jaar rond. Als ik ooit nog eens één dag op De Beer zou kunnen doorbrengen, dan zou de keus vallen op eentje in de nazomer of vroege herfst, tussen half augustus en eind oktober. In die periode bestreken de tochten het gehele gebied en genoten wij het meest intens van alles wat De Beer te bieden had. Hier het verslag van zo'n dag ...

28 augustus 1954

Ruim voor negen uur s ochtends meldde ons groepje van vijf personen zich bij De Blencken, de woning van opzichter Korfmaker. De fietstocht van zo'n twee uur ging via Schiedam en Vlaardingen naar de veerpont in Maassluis. Daarna parallel aan de Nieuwe Waterweg, beneden langs de binnenzijde van de dijk, over de lange betonweg door de Scheurpolder verder westwaarts. Aan die weg hadden wij een hekel, net als Maarten 't Hart, zoals later in een van diens romans met Maassluisse wederwaardig-heden te lezen viel. Veel liever namen wij de Groene Kruisweg, over Voorne en Putten. Die route bood meer afwisseling, meer vogels en meer beschutting tegen de zuidwestenwind. Deze voerde echter via Oostvoorne, over de Brielse Gatdam langs het Zuidslik met per definitie heel veel vogels, zodat het gevaar groot was er te blijven steken. Daarvan kon vandaag geen sprake zijn, want het doel stond vast: morinelplevieren, waarvoor wij op het Groene Strand van De Beer moesten zijn. De opzichters-woning lag verscholen tussen de vlieren, maar wel met zicht op de Nieuwe Waterweg. Toen, en trouwens nu nog, was ik van mening dat Korfmaker de fraaist gelegen woning van onze natie bewoonde. De man zelf bejegenden wij omzichtig en met respect, hetgeen deels voortkwam uit het natuurlijk aura waarmee het opzichterschap van De Beer was omgeven en deels te maken had met de wat korzelige toon waarmee Korfmaker het publiek te woord stond. Maar vooral had onze beleefde, wat onderdanige houding te maken met latent aanwezige spanningsvelden inzake de betekenis van de bordjes 'Verboden Toegang'. Pas toen rond 1960 Rotterdam De Beer op de schop nam en Korfmaker vaststelde dat die droefenis ons minstens zo raakte als hemzelf, werd de man toegankelijker.

Die zaterdagmorgen bleef de sfeer ontspannen en ging het licht op groen. Wij wandelden eerst naar de Zuidpier, waar de daglijst van waargenomen vogelsoorten snel groeide. Ver weg naar het zuiden op het strand nog steeds de markering van tientallen Rommelasperges, de betonnen staketsels waarmee Hitler zijn Atlantikwall toerustte. Tevergeefs. Op een van de gevaarten rustte een grote vogelfiguur, wat vervormd door de wegtrekkende ochtendnevel. 'Het lijkt verjume wel een zeearend ...', riep een van ons, die, als voorbereiding op de morinellenexpeditie, kennelijk Nol Binsbergens verslag in Uit Neerlands Vogelleven van diens zoektocht over De Beer naar Lahol had doorgelezen. Binsbergen beschrijft hierin indringend hoe hij en zijn makkers tijdens die tocht een zeearend waarnamen. Onze prismakijkertjes dateerden van vóór de Atlantikwall. En de optische industrie was nog niet aan telescopen voor vogelaars begonnen. Desondanks werd de zich daar ver weg bevindende vogelfiguur al spoedig ontmaskerd als een met de vleugels gespreid zittende aalscholver. In ons clubje werd de 'verjume-uitroep' een klassieker. Door de verlaten kolonie van grote sterns naar het Groene Strand. Op zoek naar de morinellen waaierde het groepje ver uit. De vondst van vijf stuks bracht voldoening. Weer bij elkaar plotseling een vreemde vogelroep, een helder, sternachtig 'kjik'. Niet veraf vliegt een volstrekt onbekende vogel. Diepe stilte. Tot Luuk Draaijer deze verbreekt door, nog niet eens aarzelend, naar voren te brengen: 'Jongens, dat is geloof ik een vorkstaartplevier, of die andere ...'. Ook dat werd een klassieker, want het gebeurt nu nog dat Luuk bij een determinatiekwestie zijn visie gewicht geeft met 'vergeet niet dat ik op mijn vijftiende jaar al de steppenvorkstaartplevier determineerde: Met gepaste eerbied zwijgen wij dan. De volgende anderhalf uur deden de morinellen vergeefse pogingen nog op te vallen.

Met behulp van de Vogelgids van Roger Peterson, een halfjaar eerder uitgekomen, werd de zich voortreffelijk presenterende vogel definitief een steppenvorkstraatplevier. De vreugde was groot en werd euforisch toen een waterrietzanger en twee grauwe gorzen de daglijst naar zo'n tachtig soorten tilden. Tijdens onze zwerftocht over De Beer hadden wij die dag niemand ontmoet, was het gebied van ons geweest. 's Avonds kreeg opzichter Korfmaker over de zeldzaamheid te horen. Een kwarteeuw vóór de oprichting van Dutch Birding had de Haagse club vogelaars haar pionnen al uitgezet, zodat de waarneming dezelfde avond in Den Haag bekend raakte. De volgende dag dromde een deputatie gerenommeerde Hagenaars naar De Beer. Tevergeefs. Dat klopte ook wel, want toen wij aan het einde van de middag in onze hieperknollentuin naar huis fietsten, hoorden wij op de Brielse Gatdam het inmiddels bekende 'kjik' opnieuw. De vogel vloog, tamelijk hoog nu, heen en weer en verdween over de dam richting Zuidslik.

30 augustus 2008

Vierenvijftig jaar en twee dagen later heeft Bemard Goslings voor de Club van Nederlandse Vogelkundigen een excursie georganiseerd naar de Buitenhaven van Stellendam, de Strypse Wetering, Westplaat en de Maasvlakte, althans, indien voor het laatste gebied 'leuke soorten worden gemeld'. Dat is het geval. Ondanks dat over het weer van de zomer 2008 heel wat te declareren valt, brengt die zaterdag 30 augustus een type weer dat de laatste dagen van augustus zo fijn kan maken: zachte wind vanuit de noordoosthoek, hoge lucht, wat wolkenpartijen en een aangename temperatuur. Een talmende zomer en onmiskenbare tekenen van naderend najaar. Weemoed dus. Enfin, ik kan nog wel even doorgaan. De achterliggende week heeft vervelend weer gebracht dus vandaag veel vogels in de lucht. Op de Westplaat 2 visarenden, een groep van 75 binnenkomende lepelaars, passerende bruine kiekendieven en buizerds, met 'coming in from the blue' ineens een roodpootvalk, die het heeft voorzien op een van de buizerds. Dan laag boven de Boulevard van Oostvoome een binnenkomende wespendief. Vanaf de Maasvlakte komt een melding van een draaihals, zodat de CNV'ers later bij een geteisterd vegetatieschermpje genieten van de altijd emoties opwekkende vogel, een van de soorten waarvan men als vogelaar nooit genoeg krijgt en er ook nooit genoeg ziet. 'Maar wat een vreselijke entourage' verzucht Luuk, met een gebaar naar de opbouw van fabrieken, olieopslagparken, raffinaderij en en haveninstallaties die rondom het zicht vullen. En natuurlijk komen er geschiedenissen los over vroegere excursies naar De Beer, die hier ooit de ruimte vulde tussen Hoek van Holland en Voome. Met in het kielzog het verhaal over 28 augustus 1954. Bernard Goslings heeft de Clubleden in het vooruitzicht gesteld als apotheose een korte borrel te gebruiken op 'De Kleine Duintjes' in Rockanje. Met voortdurend arriverende roofvogels om in de duingordel te overnachten wordt het een korte noch ontspannen borrel. Twee wespendieven, buizerds, bruine kiekendieven en drie boomvalken doen de borrelaars voortdurend van stoelen springen. Dan ineens 34 een snel overkomende steltloper/sternachtige vogel, circa 25 meter hoog, slank, sierlijke vlucht, aan de onderzijde een witgatjesachtige kleurverdeling. Ik hoor een kort 'kjik: Een hallucinatie, ingegeven door de plek, de maand en het weer van de net voorbije middag? Luuk en ik kijken elkaar aan en we beginnen beiden overtuigd 'ja' te knikken. Luuk dus ook .. . er kwam net een steppenvorkstaartplevier over. Het gebeurt!

De Beer, Nederland uit Gerard Ouweneel, Voor vogels de wereld rond, 2011, pp. 30-35.
Met vriendelijke toestemming van de auteur overgenomen.

Artikelen van Gerard Ouweneel over De Beer

  • Een merkwaardig weerzien op "DE BEER", Vogeljaar 13, 535-536, 1965. [opent in nieuw venster]
  • De voorgeschiedenis van een industriegebied, De Levende Natuur 71, 1741-81, 1968.
  • Herinneringen aan "De Beer". De Lepelaar 57, 22-26, 1978. [opent in nieuw venster]
  • Adrenaline op De Beer. In: Vogellogboek van de twintigste eeuw. 75 belevingen van 50 Nederlandse vogelaars.
      Samengesteld door Lex Peeters, Kemper Uitgevers, 2000.
  • 1935 Veertig jaar Stichting natuurmonument De Beer 1975. Sterna 49, 62-66, 2004. [opent in nieuw venster]
  • De geschiedenis van het natuurmonument De Beer, een eerste klas landschap. Sterna 51, 42-46, 2006.
  • Mijmeren boven oude dagboeken. Sterna 53, 80-83, 2008. [opent in nieuw venster]
  • De Beer, Nederland. In: Voor vogels de wereld rond, pp. 30-36, 2011.
  • HMS Maidstone. In 'Vogelvrij en 70 andere Vlerkenstreken. Stichting het Vogeljaar, 2010.
  • Korfmaker, Vogeljaar, nog te verschijnen.

Een aantal van bovengenoemde teksten staan ook op de het schijfje met informatie over De Beer.

Ouweneel heeft honderden artikelen en een aantal boeken over vogelonderwerpen op zijn naam staan. Een uitgebreide biografie staat in K.H. Voous, In de ban vogels. Ornithologisch Biografisch Woordenboek van Nederland, Scheffers, Utrecht, 1968. Recentelijk publiceerde Ouweneel een boek over een aantal van zijn vogelreizen onder de titel 'Voor vogels de wereld rond' ().

Foto's van Gerard Ouweneel en De Beer

 

10032012