EditRegion4

Biografische schets van en door Jacques P. Thijsse

[Laatste wijziging: 6 september 2014]

J. P. Thijsse, Iets uit mijn leven. Uit: De roep der velden, Schoonderbeek, Laren, 1927, pp. 179-181.

'I remember, I remember.

Thijsse, 1927Het huis, waar ik 25 Juli 1865 te Maastricht geboren ben, herinner ik mij niet. Toen ik drie jaar oud was, gingen wij in Grave wonen. In het Verkade-album "Bloemen in den tuin" heb ik verteld, hoe prettig. wij daar buiten woonden op een voorwerk van de vesting, dat met de slechting van die vesting ook alweer verdwenen is. Later togen wij naar Woerden, waar wij woonden in de buurt van een rietdekkersbedrijf, een klompenmakerij, een boerderij. Kinderen hebben naast hun ouders en onderwijzers dikwijls nog andere menschen, die zij vereeren en door wie zij worden opgevoed en zoo heb ik in Grave veel gehouden van een ouden korporaal van het Tweede Regiment Infanterie en in Woerden de bijzondere leid.ing gehad van een visscher en houthakker. Hij ging kreupel, doordat hij eens onder een neervallenden boom was geraakt. Als ik aan Woerden denk, dan is dat meestal aan wandelen, roeien en hengelen en groote tochten met hoepels en op stelten, altijd buiten. De mooiste wandelingen waren langs het jaagpad met zijn elzen en lisschen en daar dwaalde ik ook al dikwijls op mijn eentje.

Toen wij nu met mijn twaalfde jaar in Amsterdam gingen wonen, had ik den smaak in 't buitenleven al goed beet. Twee jaar later kwam ik op Gemeentelijke Kweekschool voor Onderwijzers te Amsterdam en daar nam Dr. Kerbert mij met nog een paar andere jongens soms mee op wandelingen langs de Zuiderzee. Hiermee, geloof ik, was mijn lot beslist. Suringar's Flora, Calwer's Käferbuch, Schoedler's Buch der Natur waren mijn getrouwe kamraden. Ik maakte een behoorlijk herbarium, een flinke insectenverzameling en ook een verzameling van steenen en mineralen, die we opscharrelden aan de ertshaven en op de glooiingen, van den Zuiderzeedijk. Dr. Kerbert stond mij trouw ter zijde en toen ik, na verschillende examens gedaan te hebben, in 1890 als Hoofd der Muloschool naar Texel toog, gaf hij mij Holwerda's Flora der Noordzee-eilanden als geschenk mee. Natuurlijk was ik daar echt in mijn element en vertoefde zoowat altijd buitenshuis. Daar begon ik ook te schrijven en dat durfde ik niet in een Hollandsch tijdschrift doen, zoodat mijn eerste pennevrucht verscheen in het Engelsche maandblad Science Gossip. Natuurlijk moest de Redactie mijn stuk eerst nog wat polijsten. Het artikel bracht dadelijk Engelsche Ornithologen naar het heerlijk eiland en met die prettige menschen heb ik veel plezier gehad, ook veel van hen geleerd.

In 1892 werd ik Hoofd van een O. L.-school te Amsterdam, en leerde toen al heel spoedig Heimans kennen, die net zijn eerste Handleiding bij het onderwijs in de kennis van de Levende Natuur had gepubliceerd. We hebben toen samen de bekende boekjes geschreven, met Jaspers het Tijdschrift De Levende Natuur opgericht, de Geïllustreerde Flora van Nederland gemaakt en het Wandelboekje. Samen hebben we de omstreken van Amsterdam en een groot deel van Nederland afgewerkt, eigenlijk altijd alsof we nog jongens van veertien jaar waren en van wat we vonden, wisten of meenden te weten, deden we trouw relaas in onze boekjes en in De Levende Natuur. Ons boekje “In het Vondelpark” maakte dat Charles Boissevain mij vroeg, of ik wekelijks iets in het Handelsblad wilde schrijven en zoo begon de natuur-leven-journalistiek, die gaandeweg een groote plaats verwierf in onze dagbladpers, weekbladen en maandbladen. Kort daarop begon Heimans zijn artikelen in de Groene Amsterdammer en niemand ter wereld heeft bet hem ooit verbeterd. In dien tijd valt ook de stichting van de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging en de Nederlandsche Ornithologische Vereeniging.

In 1902 werd ik leeraar in de Natuurlijke Historie aan de Amsterdamsche Kweekschool als opvolger van Heukels. Kort daarop moesten wij om de gezondheid van onze kinderen in Bloemendaal gaan wonen. Hier leerde ik Van Tienhoven en Burdet kennen en werd ik een zwerveling in het duin. Ieder weet. hoe de prachtige foto's van Burdet een onschatbaar aanschouwings-materiaal verschaften voor onze lezingen en vooral van belang bleken, toen het er op aan kwam. propaganda te maken voor vogelbescherming in het bijzonder en bescherming van onze Flora en Fauna in het algemeen. Op initiatief van de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging werd de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten opgericht. eerst met J. Th. Oudemans als president. thans onder het voorzitterschap van Mr. P. G. van Tienhoven. Van de oprichting af ben ik secretaris van de Vereeniging geweest en ieder jaar schrijf ik een jaarverslag, waarin ik het betreur. dat nog maar zoo weinig Nederlanders lid van die Vereeniging zijn. Het secretariaat is gevestigd Heerengracht 540, Amsterdam en de jaarlijksche contributie is f 2.50 of hooger.

In Bloemendaal schreef ik mijn Vogeljaar en het Vogelboekje en in 1905 begonnen we met de uitgave van de Verkade-albums, elk jaar een mooi prentenboek over Nederlandsche planten en dieren en Nederlandsch landschap. In 1918 werd de uitgave gestaakt, maar thans is zij weer hervat. In October 1927 verschijnt in deze serie een album over mijn dierbaar Texel. Na Heimans' dood volgde ik hem op als medewerker aan de Groene Amsterdammer en ook aan de reeks Nederlandsche Landschappen. onder redactie van Schuiling en de Feijter, allemaal heel prettig werk voor een wandelaar. snuffelaar en lezer. In 1921 zei ik de Kweekschool vaarwel en thans ben ik leeraar aan het Kennemer Lyceum te Bloemendaal. Ik mag wel even vertellen. dat ik altijd een bijzonder gelukkig huiselijk leven heb gehad, een lieve vrouwen een paar flinke jongens en daardoor ook alweer 2 X 3 flinke kleinkinderen. Wij zijn allemaal dol op buitenleven en reizen, muziek en lectuur en vroolijkheid.

Er is een donkere wolk. Ik gevoel altijd, dat wij met al ons schrijven en spreken er nog niet in geslaagd zijn, om onze landgenooten te doen gevoelen. welk een groote schat van levensgeluk zij kunnen vinden in de aanschouwing van ons heerlijk Nederland en van hoeveel belang het is, ons natuurschoon te bewaren voor hen. die na ons komen.'

Terug naar de hoofdpagina over Jacques P. Thijsse.