EditRegion4

Artikel uit het Algemeen Dagblad, 11 augustus 1951

 

Weerzien van de Beer

Voor zeven stuivers zet de veerman van Hoek van Holland u over de Nieuwe Waterweg en voor twee kwartjes verleent de opzichter van De Beer u het recht om een daglang te dwalen door dit heerlijke natuurmonument. Eerlijk gezegd verging het ons als de wereldreiziger, die na veertig jaar in het dorp terugkeert om zijn jeugdliefde te zoeken. Hij vindt haar terug als een bazIge moeder van zeven kinderen, dik en gezet, met een door zorgen gegroefd gelaat en van haar vroegere lieftalligheid is niet veel meer over.

En tóch: wanneer wij, door een gezonde slaap verkwikt, ons 's anderendaags bezinnen op de hernieuwde kennismaking met het natuurmonument De Beer, dan weten wij, dat oude liefde nimmer roest, ook al heeft der tijden ongunst het uiterlijk van de geliefde getekend en gehavend. Zou, waar oorlogsgeweld zo véél veranderde, De Beer onveranderd zijn gebleven?

De bekoring van de overtocht met de motorvlet was in ieder geval als vanouds. Die vlet lag daar in het verste hoekje van de Berghaven juist zo te wachten als tien, twaalf jaar geleden en het scheen alsof ook de schipper niet ouder was geworden. Gewiegd op de deining van het tij dansen wij De Beer tegemoet en merkwaardig: wanneer wij weinige minuten later over de lange steiger lopen, komt daar plotseling weer de gedachte in ons op, dat wij op het punt staan het Paradijs te betreden. Van de steiger klimmen wij linksaf door een tunnel van groen naar het terras van De Blencken, waar wij onder de parasols evenals vroege r de geurige koffie en de broze sprits zullen vinden. Neen, tot dan is er niets wat de paradijs-gedachte kan verstoren. Welk een rust op dit terras, hier aan de overzijde van het roezemoezige leven!

Zeker, daar rechts van het pad waaiert een weelde van licht asparagusgroen en de duindoorntakken torsen reeds zwellend groene bessen. De heggerank bloeit in wondere pracht en aan onze voeten…… Maar neen, wij willen die oude hartstocht om te determineren nog even bedwingen. Straks zullen wij na jaren het natuurmonument De Beer in zijn geheel overzien en dat weerzien kan niet beter worden voorbereid dan in deze voorname rust op het terras, met smeltende sprits en met bedachtzame teugen koffie.

Goed. Dit was du het weerzien van De Beer, En na dit weerzien wat weerzin, die wij willen vergeten. Vergeten willen wij die bunkers, die kazermatten, de mitrailleurnesten, de versperringen, al dat beton en dat roestige prikkeldraad, dat zich met zoden en zand tóch niet laat verdoezelen. Maar hoe ontkómen wij aan het denkbeeldige gezelschap van de vale strateeg, die ons in schneidige taal tracht te overtuigen dat al dit lelijks al zin had of eenmaal zin zal hebben? Eerst was er een prachtig natuurmonument, toen kwam er een militair gebied en thans is er een aan Mars ontfutseld domein, waarin Flora en Fauna een vredige rondedans doen. De gebroken pop is weer gemaakt, het vertrapte speelgoed gelijmd en Moeder Natuur deed alles wat in haar vermogen was om zoveel schending goed te maken. Voor vrienden en vorsers is daar tussen de Westwall-resten andermaal een veelvoud van natuurgenietingen.

Aanvaard een goede raad: vergeet ditmaal uw flora met de overbodige bladzijden en op De Blencken het handzame gidsje van de Utrechtse stichting! In het gezelschap van zeven geode vrienden maakt ge dan uw dwaaltocht over De Beer. (1) Het zal u gemakkelijk vallen dan daarbij de betonnen perikelen te vergeten, waarvan een teleurgestelde hier enige regels eerder tóch nog gewaagde.

(1) De schrijver doelt hier op de zeven hoofdstukken uit het boekje 'Het natuurmonument "De Beer" ' dat de Stiching Natuurmonument De Beer in 1951 had uitgegeven.

 


26122012