EditRegion4

Artikelen uit Ardea (1)

Download als pdf

Verslag van de excursie der N. O. V. naar den Hoek van Holland op 20 October 1929.

P. van der Burg. Ardea 18, 191-193, 1929

Een lekker herfstzonnetje beschijnt de 22 deelnemers, die 's morgens om 10 uur aan de Berghaven te Hoek van Holland bijeen gekomen waren, om aan bovengenoemde excursie deel te nemen. Dat het doel van den tocht, het waarnemen van den trek, succes zal hebben, blijkt al direct tijdens het instappen in de booten en de overvaart over den Nieuwen Waterweg :groote troepen Vinken en Keepen vliegen laag over het water, hooger trekken Leeuweriken en Corviden, Spreeuwen, Kramsvogels en Koperwieken over, tegen den vrij straffen Zuid-Ooster in.

Het is laag water en op het droog geloopen slik aan de Zuidzijde van den Waterweg zien wij bij aankomst daar vele Rosse Grutto's, enkele Wulpen en Groote Mantelmeeuwen. Wij beginnen de wandeling met de Zuiderpier af te loopen, eerst met de duinen aan onze linkerhand, waar een Fazantenhaan uit de oranje duindoorns opvliegt, terwijl wij op bet slik aan de andere zijde bet eerst één der vele Bontbekpleviertjesvan dien dag zien en een Bonte Strandlooper, die den zomer nog in het hoofd, of liever op zijn buik heeft, daar deze nog· geheel zwart is. Een Oeverpieper scharrelt er rond en vele Graspiepers laten nog hun dunne liedje hooren boven het water vliegen Aalscholvers, Zilveren Kapmeeuwen en Kleine Zeemeeuwen en zoolang de duinen beschutting voor den wind bieden, gaat de trek onophoudelijk door (1). Toen deze ophielden en wij het kale strand naast ons kregen, bemerkten wij niets meer van den trek, terwijl op zee weinig te zien was; een troepje Zwarte Zeeëenden vloog laag over de golven en een Duiker werd waargenomen, terwijl aan de strandzijde een eenzaam Groenvinkwijfje rondwandelde.

Wij keeren dus op onze schreden terug en wandelen langs het strand naar het Zuiden, waarb[j de zon, die ons juist in het gezicht schijnt het waarnemen niet vergemakkelijkt. Troepen Wilde Eenden vliegen Iangs de strandlijn en even later zien wij drie Slobben vliegen, terwijl alle soorten Meeuwen zich op het zand zonnen, waarbij echter tot onze spijt Larus fuscusontbreekt. Wel zien wij een Zilverplevier met enkele Scholeksters. Boven de duinen zien wij telkens den Bruinen Kuikendief zweven en bij - het naderen van den duinrand blijkt, dat de trek nog in vollen gang is, al is bet bijna middag.

Op een beschut plekje in de duinen eten wij onze boterham, genietend van de warme zon en allerplezierigst bezig gehouden door alles wat langs en over ons trekt; het zijn thans grootendeels kraaiachtigen: Roeken, Kauwtjes en Bonte Kraaien met Spreeuwen; maar een paar Smellekens en Sperwers zorgen voor de afwisseling, met een eenzamen Boomleeuwerik. Het wordt nog interessanter, als in een weiland naar den kant der slikken van de Brielsche Maas, een troepje Wilde Ganzen daalt, die wij goed kunnen observeeren, terwijl zij grazen, en de gent de wacht houdt, wiens oranje bek duidelijk in de zon glanst; bij bet opvliegen is bovendien het zwarte hoefijzer op den witten staart goed te zien.

In ditzelfde weiland zitten massa's Kieviten, terwijl verderop een groote troep Fratertjes, gemengd met Leeuweriken in bet onkruid naar zaadjes zoeken. Enkele deelnemers booren den roep van den Strandleeuwerik daartusschen Kneutjes v liegen over en in den rietkraag er achter vertoont een Rietgors zijn witte staartpennen. Thans volgt wel het slijkerigste en glibberigste gedeelte van de excursie, maar zeker ook bet mooiste, want wij komen nu aan de slikken van de Brielsche Maas met de daardoor loopende kreken, waar velerlei eenden voor een deel rusten en deels op voer zitten. Een troepje Pijlstaarten vliegt bij onze nadering al gauw op, maar vele honderden Wintertalingen en Smienten blijven rustig zitten j en op bet slik daarachter stappen de kleurige Bergeenden rustig rond. Daartusschen zit op een graswalletje een Bruin Kuikendiefwijfje met goudgelen kop, de Kieviten evolueeren er boven in zwart en wit en in de verte vliegen Ganzen en groote eendentroepen een schilderij van Lissmann (2) in natura en onvergetelijk voor wie het zagen op dezen prachtigen Octoberdag.

Moeilijk is het dan ook te scheiden van dit levendige tooneel, maar de tijd schiet op en manmoedig baggeren wij terug. Ons aspirant-lid, wiens schoen in de modder blijft zitten, ondervindt aan den lijve, dat de weg des veld-ornitholoogs, niet altijd geplaveid is. Het gedeeltelijk onder water staande weitje, dat wij thans doorwandelen, zit vol Bontbekjes en Bonte Strandloopers met een enkelen Zilverplevier. Watersnippen zigzaggen boven ons. Boven de duinen vliegt de Blauwe Kuikendief en als wij weer in de duinen loopen vliegt een Steenuiltje van een dood konijn op, ziet een deelnemer een Vuurgoudhaantje en verrast ons allen een zwerm Zwarte Meesjes, een zeldzame verschijning in de duindoorns en liguster. Wanneer wij het strand weer bereiken zit een Torenvalk op den spandraad van een baken uit te kijken en een Keep laat zich op een hekje bewonderen.

Door de oude vlierlaan, waar prachtige Judasooren (Hirneola auricutu judae)op de doode stammen groeien, gaat het nu naar de aanlegplaats terug; een paar honderd Houtduiven zwermen boven een dennenboschje een Merel schettert in het lage hout, een Roodborstje snikkert even en verkondigt, dat de dag ten einde loopt. Een Vischdiefje, dat op een paaltje van den aanlegsteiger zit, een late trekker dus nog, is onze laatste waarneming op dezen kostelijken dag. Wat eerst een hachelijk ondernemen leek - 4 weken te voren een dag te bepalen, om vogeltrek waar te nemen - is een mooi succes geworden, een excursie, die allen deelnemers lang als een prettige herinnering in het geheugen zal blijven.

Hardinxveld, Nov. '29. P. van der Burg.

  1. Men vergelijke de mededeelingen van wijlen den heer Piet Lels op de vergadering van 1 Maart 1924 te Rotterdam (Ardea, DI. 13, 1924, pp. 26/27).
  2. cf. Friedrich Lissmann, Eine Sammlung seiner Werke, Hanseatische, Kunstverlag Hamburg, z.j.; een portefeuille met ruim 70 platen, formaat 32 X 485 cm.


23122012