EditRegion4

Vogeleiland

Wie De Beer zegt, zegt vogeleiland. De faam van De Beer als vogeleiland dateert echter pas van de eerste helft van de vorige eeuw. Van de periode voor 1900 is namelijk nauwelijks iets bekend over de vogels op De Beer. Brouwer verwijst in een artikel uit 1954 naar het boek 'Het Jacht-Bedryf' dat wordt toegeschreven aan Cornelis Jacobz van Heenvliet: 'Dat de sternkolonies van “de Beer” (Hoek van Holland) al bestonden, zou men kunnen maken uit een mededeling op folio 158v (p. 76), waar sprake is van een 'seeckere soorte (van meeuw) die men Hicstaert noemt, die hier te Lande nu en dan voeen, en een schraveltjen aen strandt tegens de duijnen aen in 't caele sant neer maecken en haer eijeren in leggen,…. Aen den Hil buijten op de Gars van Terheijde nae de Maes vint men veel van die eijeren, die daer veel werden gehaelt ende gegeten.'

Kolonies van visdiefjes en 'dwerg-zeezwaluwen'

VisdiefIn het begin van detwintigste eeuw wordt melding gemaakt van het bijzondere karakter van De Beer, maar het blijven slechts fragmentarische waarnemingen van incidentele bezoekers. Van Roon en Wachter spreken in het verslag van de excursie van de Rotterdamse Natuurhistorische Club in 1904 over 'geweldige kolonies van Visdiefjes' en 'niet minder talrijk was de kolonie van dwerg-zeezwaluwen'. En Van Heurn meldt in een voordracht met de titel 'De Broedvogels van den hoek van Holland' voor de afdeling 's-Gravenhage van de Koninklijke Natuurhistorische Vereniging in 1906: 'Zeemeeuwen broeden er niet, wel in groot aantal Sterntjes en Zeezwaluwen; voorts tal van Zangvogels, Eenden en Fazanten. Het meest algemeen is stellig het Vischdiefje (Sterna hirundo); niet zeker is het of de Noordsche Stern (Sterna arctica of macroura) er broedt, maar wel het Dwergsterntje (Sterna minuta). Minder algemeen is de Krijtstern (Sterna cantiaca). Voorts vindt men er de Kluut (Recurvirostra avocetta), de Scholekster (Haemotopus ostralegus), de Strandplevier (Charadrius cantianus), Kievit, Tureluur en Grutto, maar niet de Wulp. Wellicht broedt de Kemphaan er ook.' Maar het zijn wel incidentele waarnemingen.

Het boek 'Kustbroedvogels in het Noordelijk Deltagebied' geeft een uitgebreide beschrijving van de betekenis van De Beer als gebied voor kustbroedvogels. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling van De Beer als vogelgebied zo omstreeks 1930 een grote vlucht neemt. Weliswaar was het gebied toen al zeer vogelrijk, maar deze rijkdom nam vanaf dat moment over de volle breedte van alle vogelsoorten nog verder toe. In 1921 was er al geregelde bewaking op De Beer ingesteld. Vanaf 1925 bleken de kluut en de visdief sterk in aantal toe te nemen. De visdief was toen weliswaar al in grote aantallen aanwezig - 10.000 broedparen-, maar de populatie verdubbelde vervolgens nog eens in 15 jaar. Opvallend was dat de grote stern pas omstreeks 1930 zijn intrede deed. Dit werd toegeschreven aan de kort daarvoor geslaagde vestiging van kokmeeuwen op De Beer. De grote sterns hebben een voorkeur om te broeden tussen de kokmeeuwen, omdat ze daardoor een zekere bescherming tegen notoire rovers als de zilvermeeuwen genieten. De oprichting van Stichting Natuurmonument De Beer in 1935 met de daarmee gepaard gaande verdere reglementering van het bezoek betekende nog meer bescherming.

Voor foto's van vogels De vogels van De Beer

 

20062009