EditRegion4

Waarom doet een mens zoiets?

'Ik heb De Beer nog gekend' is in natuurminnend Nederland een gevleugelde uitdrukking. Nog wel, want het aantal mensen dat dat kan zeggen, neemt zienderogen af. Zij die De Beer nog uit eigen waarneming kennen, spreken echter zonder uitzondering in lyrische bewoordingen over dit natuurgebied. Of eigenlijk moeten we zeggen natuurmonument, dat ooit op het puntje van Rozenburg lag. Het is inmiddels meer dan 40 jaar geleden dat De Beer na een lange lijdensweg voorgoed verdween, opgeofferd werd voor de uitbreiding van de Rotterdamse haven. Veertig jaar lijkt een lange tijd. Tijdens de voorbereidingen van dit boek hebben echter velen met nauwelijks verholen emoties met mij gepraat over De Beer en het verlies ervan. Het noodlot van De Beer is geweest dat zijn uitzonderlijke natuurwaarde het niet van de ondergang heeft kunnen redden. Veeleer is het verlies van De Beer een gevolg van het feit dat het op het verkeerde moment op de verkeerde plaats lag.

Het is niet toevallig dat ik een onderzoek ben begonnen naar De Beer. Al lang ben ik geïnteresseerd in de veranderingen in het Nederlandse landschap. Ik gebruik hiervoor de boeken 'Waar wij wonen' en 'Onze groote rivieren' van Jac. P. Thijsse als uitgangspunt. Deze boeken geven een mooi beeld van het Nederland van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse natuur stond toen al onder grote druk, onder andere door de grootscheepse ontginning van woeste grond en de vele kanalisaties van beken en rivieren. Na de Tweede Wereldoorlog kwam eerst de periode van wederopbouw, daarna die van welvaart en van de steeds verdere uitbreiding van de economische bedrijvigheid.

Het Nederland dat Thijsse beschreef, behoort inmiddels grotendeels tot het verleden. Maar soms blijken plekjes toch nog bijna onveranderd aanwezig. Het Lange Grachtje in Maastricht, de Waalbrug in Nijmegen of de stompe toren van Varik: ze zijn er nog en het lijkt - even - of de tijd hier heeft stilgestaan. En wie er oog voor heeft, kan zich - net zoals Thijsse in zijn tijd - verwonderen over de wonderschone combinatie van technische vooruitgang en een mooi landschap zoals de Nijhoffbrug bij Zaltbommel in het majestueuze Hollandse grote rivierenlandschap. Over dit soort onderwerpen schrijf ik graag en het betekent altijd enig onderzoek. Waarom is iets weg, is iets veranderd of juist niet? En zo was het ook bij De Beer. Thijsse bespreekt De Beer in 'Onze groote rivieren'; in dit boek staat ook een mooie afbeeldibng van De Beer van de hand van Jan Voerman jr. Het beginpunt van mijn onderzoek was echter een diafilm van Simon de Waard over De Beer die ik bij toeval in het begin van de jaren tachtig op de kop had getikt.

In 2001 heb ik het onderzoek naar 'De Beer' opnieuw opgevat, De Beer bleek toen al snel een veelomvattend onderwerp. Dit kon niet afgedaan worden met een journalistiek stukje, zo was mijn conclusie. De Beer was, om mee te beginnen, een uitzonderlijk natuurgebied. Maar er warenn ook welwillende ambtenaren en vroege natuurbeschermers die dit natuurmonument 'er bij deden'; er was de Duitse bezetting en de Atlantikwall; de voedselvoorziening in de oorlog en na de oorlog de bestuurders met grote denkramen en dito ego's en ook nog eens volwassen wordende gedachten over natuurbescherming en - ook toen al - de afweging natuur versus economie en welvaart versus welzijn. Dit alles is van toepassing op De Beer. De Beer was niet een natuurgebied dat toevallig moest wijken voor de uitbreiding van een haven. Nee, hier was veel meer aan de hand. Hier zou wel een boek over geschreven kunnen worden. Niet zo zeer een boek over de natuurhistorische betekenis van De Beer, want daarover was al wel het een en ander bekend. Nee, een boek over het hoe en het waarom van de ondergang van De Beer: over de ambtenaren, de bestuurders en al die anderen die op de een of andere manier een belang bij De Beer hadden. Kortom: de geschiedenis van De Beer.

Ik ken De Beer niet uit eigen waarneming. Ik heb dit uiteindelijk niet als een gemis gevoeld. Misschien is het zelfs een voordeel geweest, omdat het een zekere afstandelijkheid tot het onderwerp heeft betekend. In de jaren dat ik aan dit boek heb gewerkt, heb ik me natuurlijk wel een beeld kunnen vormen van hoe De Beer eruit gezien heeft. De vele foto's, en niet in het minst de gesprekken met de kenners van De Beer, hebben daarbij uiteraard geholpen. Verder heb ik me geprobeerd De Beer voor te stellen als ik op andere plaatsen in Nederland was. Plaatsen die in één of meer aspecten aan De Beer deden denken: het Groene Strand van Schiermonnikoog, de dynamische oostkant van Schiermonnikoog, de open duinvalleien van Terschelling en de grote sterns op de Kwade Hoek op Goeree en op Griend. Kortom de plaatsen in Nederland waar nog elementen en bewoners van het primaire, dynamische duinsysteem aanwezig zijn.

Het boek en deze website zullen De Beer niet terugbrengen, maar hopelijk wel levend houden in de herinnering.

Ed Buijsman


03122009