EditRegion4

Introductie wandeling

 

1. Van Hoek van Holland naar De Beer [ 2 ] 3. Het Breed

2. De Vlierenlaan en omgeving

De Vlierenlaan en omgevingVanaf het bewakershuisje liep een met planken belegd paadje steil omhoog. Hierbegon de naar het westen lopende Vlierenlaan, de belangrijkste toegangsweg. De Vlierenlaan liep door een bos met vlieren, ligusters, duindoorns, bramenstruiken, heggeranken en kamperfoelie. Dit gebied was opgehoogd bij het graven van de Nieuwe Waterweg, toen hier grote hoeveelheden zware klei waren gestort. De vlieren konden op deze vruchtbare grond welig tieren. Een van de merkwaardigheden van De Beer was dat nog tot in de jaren dertig het terrein van het vlierenwoud was verpacht aan een boer in de aangrenzende Scheurpolder.

Het 'Vlierenwoud' zoals het vaak werd genoemd, was eigenlijk een curiositeit. De klei die was vrijgekomen, bij de aanleg van de Nieuwe Waterweg, zorgde ervoor dat niet alleen de vlier, maar ook de liguster in dit deel van De Beer uitbundig groeide. In het najaar was dit een pleisterplaats van voedselzoekende trekvogels: pimpelmezen, koolmezen, vinken, groenlingen, kneutjes, sijsjes, spreeuwen, roeken, kraaien, koperwieken.

A. de Jong: 'Allemaal vlieren, vlieren en nog eens vlieren. En dicht op elkaar dat ze staan. Men waant zich hier in een oerwoud'. [Uit: 'een wandeling door het "Vogeleiland" ', Christelijke Illustratie, 31 december 1932]

Ten noorden en ten zuiden van de Vlierenlaan lagen de broedplaatsen van de bergeenden. Maar ook lijsters, spreeuwen, merels en allerhande zangvolgels als fitis en nachtegaal hadden hier hun territorium. Links van het laatste deel van de Vlierenlaan lag de Kievitewei, een drassige plek en een geweldige groeiplaats van de parnassia, maar ook van de moeraswespenorchis, het gewoon duizendguldenkruid, heelblaadjes en de slanke gentiaan. Even verder aan het eind van het laantje bevond zich de Witgatplas. Deze laatste naam was, zoals zo veel namen op De Beer, bedacht door de auteurs van het boek 'Het Vogeleiland'. Bij de Witgatplas en het omringende drassige land waren altijd wel bergeenden, scholeksters, tureluurs en natuurlijk witgatjes te vinden.

Aan het eind van de Vlierenlaan lag de Scholeksterwei, een grazige vlakte omgeven door dicht struikgewas. Verderop was een gat in de duinenrij, het Bakengat, waarachter het strand begon.

Witgatje'Het Vogeleiland': Aan het eind van de vlierenlaan moeten we nog eens halt houden. Voorzichtig lijken we om de hoek heen., teneinde de witgatjesplas beneden te overzoen, en jawel, daar loopen ze, getweeën in het slik te pikken, de witgatjes, waaraan de plas zijn naam dankt.'

 

In het vlierenwoud

In het vlierenwoud, jaren dertig. Foto W.G. van der Kloet.

Scholeksterwei met velden reukloze kamille

Scholeksterwei met velden reukloze kamille, 1932. Foto A. de Graaf.

De Witgatplas

De Witgatplas, 1929. Foto Niko Tinbergen.

Bergeenden in de Witgatplas

Bergeenden in de Witgatplas, 1930. Foto Niko Tinbergen.

Zicht van het einde van de Vlierenlaan in de richting van het Bakengat en het strand

Zicht van het einde van de Vlierenlaan in de richting van het Bakengat en het strand, 1939. Fotograaf onbekend.

 

1. Van Hoek van Holland naar De Beer [ 2 ] 3. Het Breed

Introductie wandeling

 

 

12062012