EditRegion4

Introductie wandeling

 

7. Het middelste deel van het strand [ 8 ] 1. Van Hoek van Holland naar De Beer

8. Het noordelijke van het strand met de Aanspoelselhoek

Het noordelijke van het strand met de AanspoelselhoekHet noordelijk van het strand liep uit op de Zuiderpier. In de luwte van deze pier was door de stroming in de loop van de tijd het strand veel breder geworden. Ook was het een vergaarbak voor van alles en nog wat uit zee geworden. Deze noordwesthoek van De Beer was het domein van de dwergsterns en de bontbekplevieren. De bontbekplevier kwam overigens slechts in kleine aantallen voor op De Beer. In de jaren dertig betrof het hooguit 20 broedparen.

De dwergstern nestelde in drie kolonies op De Beer; een ervan lag vlak bij de Zuiderpier, de grootste lag helemaal in het zuiden op het strand. In de jaren dertig broedden er 400 tot 500 paren dwergsterns op De Beer, opdat moment 80% van de Nederlandse populatie.

Het was in het noorden van De Beer voor de daar broedende vogels niet echt veilig. Niet alleen spoelden de nesten bij hoog water nogal eens weg, ook torenvalken uit het dennenbosjebij de Nieuwe Waterweg kwamen hier graag jagen op jonge vogels van de sterns en de plevieren.

De Aanspoelselhoek was ook de plek waar de gele hoornpapaver, het bilzenkruid en de pijlkruidkers uitbundig voorkwamen. (zie ook 'Hier groeit het drama' op de kaart Van Jan Joost ter Pelkwijk)

Wat meer zuidelijk, daar waar de verbrokkelde duinen begonnen, lag het noordelijk deel van de broedplaatsen van de visdieven. Het aantal broedparen van de visdief op De Beer bereikte in de tweede helft van de jaren dertig met het onvoorstelbare aantal en historische hoogtepunt van 19.000 broedparen. Ook lag hier een van de kolonies van de grote stern. De grote stern die pas aan het eind van de jaren twintig zich op De Beer had gevestigd. Maar toen dat eenmaal was gebeurd, ging het steeds beter. Tegen 1940 telde De Beer totaal zo'n 5.000 broedparen van de Grote Stern.

In het najaar was onder de Zuiderpier altijd bedrijvigheid met groepen zilvermeeuwen, stormmeeuwen, kokmeeuwen en scholeksters, terwijl in zee zwarte zeeëenden, wilde eenden, smienten en eidereenden lagen te dobberen.

Naast de vogels was er ook op het gebied van vegetatie wel het een en ander te genieten. De Aanspoelselhoek was de groeiplaats van de gele hoornpapaver, maar ook van zeemelkkruid, zeepostelein, hertshoornweegbree, bitterzoet, bilzenkruid en zelfs heemst. Van der Kloot schreef in Amoeba in 1931 over dit deel van De Beer: 'wat de flora betreft wel het rijkste stukje van De Beer'.

Uit 'Het Vogeleiland': '... naar het kale schelpenstrand, want daar, op de meest barre plaatsen van de toch al zo barre Beer, brengen de dwergsterns den zomer door met de opvoeding van hun kinderen'.

 

Bontbekplevier

Bontbekpleviertje met nest en jong, 1932. Foto Dik van Sijn..

Dwergstern met jong

Dwergstern met jong, ca. 1929. Foto Niko Tinbergen.

Broedende dwergstern op het strand van De Beer

Broedende dwergstern op het strand van De Beer, 1939. Foto Simon de Waard.

 

Strandplevier met eieren

Strandplevier met eieren, 1939. Foto Simon de Waard.

 

7. Het middelste deel van het strand [ 2 ] 1. Van Hoek van Holland naar De Beer

Introductie wandeling

 

 


22072012