EditRegion4

Introductie wandeling

 

Naar het vorige deel van de kaart [ ] Naar het volgende deel van de kaart

E. Het Groene strand (35-40)

35. Het noordelijke deel van het Groene Strand, met de daar liggende getijdengeul, was maar heel spaarzaam begroeid en bestond eigenlijk uit een grote vochtige zandvlakte. De begroeiing trok zich hier terug naar het oosten (24). Langs de noordrand lag het zuidelijke havenhoofd van de Nieuwe Waterweg met zijn karakteristieke ijzeren bakens. Meer hierover met foto's.

36. Het Groene Strand (35-39) vormde een langgerekte open strook van zo'n drie kilometer lang en 400 meter breed tussen het echte strand (41, 42, 43) en de buitendijkse duinenstroken (25-27,28, 29, 30) van De Beer. Het was heel vlak, maar bevatte een zeer afwisselende bodemsamenstelling van vrij kaal zand en slik tot dicht gras met oprukkende duindoorns. Het was een soort reusachtige puzzel van verschillende stroken en vlekken bodem en begroeiing. Het noordelijke deel was relatief dicht begroeid met een grasachtige vegetatie, waarin vanuit het oosten (25-27) de duindoorns naar het westen uitgroeiden, tot tegen een duintjesrand (37) aan. Die jonge stuifduintjes deden hun naam eer aan en vochten terug tegen de duindoorns door ze te overstuiven, wat een heel bijzonder terrein opleverde. Meer hierover met foto's.

37. De jongste rand stuifduintjes kwam tot een meter hoog en bestond uit losliggende toppen met een veelheid aan vormen. Na elke storm of overstroming, waarbij het zeewater tussen de duintjes door kolkte, zagen alle toppen er weer anders uit. Door deze processen en door zijn afmetingen vormde dit gebied een heel markant onderdeel van De Beer. Meer hierover met foto's.

38. Centraal in het Groene Strand lag een kruispunt van geulen, in stand gehouden door overstromingen en altijd nat en dus voorzien van een begroeiing met zoutminnende planten zoals zeekraal en spartina. Het was daar altijd wel raak met steltlopers van allerlei soort. Meer hierover met foto's.

39. Het grootste uniforme deel van het Groene Strand vormde de zuidelijke helft, tussen een grote getijdengeul (42) en de hoge duinenrij (30). Het bevatte een lage begroeiing en kleurde in de herfst paars, rood, geel en bruin van de schorrenplanten. Op deze grote vlakte kon je altijd de interessantste vogels aantreffen, vooral in de trektijd. Meer hierover met foto's.

40. Ook in het zuiden lag langs het Groene Strand een rij jonge stuifduintjes. Ze waren lager en minder grillig dan in het noorden (37), maar dat kwam door de begroeiing en door de massa's schelpen in het zand. Hier stond de kolonie blauwe zeedistel in de zomer prachtig te bloeien, in een fantastische omgeving van een krijtwitte schelpenbodem met lage duintjes vol bolle pollen helm en (akker)melkdistel. Omringd door vochtige zandvlaktes egaal vol met zeepostelein en zeekraal. Het was altijd een zeer kleurrijk geheel. Gezien de ligging van dit terrein behoorde het tot de jongste en dus origineelste onderdelen van De Beer. Meer hierover met foto's.

 

 

 

 

 

 

 

Naar het vorige deel van de kaart [ ] Naar het volgende deel van de kaartTerug naar introductiepagina van de wandeling

 


08052012