Natuurmonument De Beer

Uitgesproken

Enkele uitspraken van Wabe Korfmaker: 'De vogels hebben warempel nog meer verstand dan de mens, ze liegen en stelen er niet zomaar op los. De mens is alleen maar geneigd tot het kwade en de wereld drijft op leugens.' En ook: En ik bedacht bij mezelf dat 't al geschreven stond, in de Bijbel, in Mattheüs: “er zullen oorlogen en rampen en ziekten zijn. Hef dan uw hoofd op, want de verlossing is nabij.” Dat is wat er moet gebeuren, de mens moet verlost worden van al deze ellende. Toen kon ik wat gemakkelijker berusten in het noodlot dat De Beer trof.'

En nog meer

Korfmaker liet zich door de jaren heen kennen als een hartstochtelijk man als het om De Beer ging. Vaak werd hij in krantenartikelen opgevoerd als de man, het gezicht van De Beer. Bestuursleden van de Stichting Natuurmonument De Beer werden in de jarenlange geschiedenis van De Beer nooit  geïnterviewd. Ook op de televisie was Korfmaker tot op hoge leeftijd nog te zien. Korfmaker veroordeelde de ondergang van De Beer: 'Ze zeggen dat De Beer verloren is, maar de natuur laat niet met zich spotten. Welvaart? Onmogelijk zonder natuur! Groen hebben we nodig. Groen is het bloed der aarde.' Uit alles blijkt dat het verlies van De Beer hem zeer aangegrepen heeft; het gebied, 'zijn gebied', zo te zien verdwijnen. In een artikel in het Algemeen Dagblad in december 1963 staan citaten als: 'De mensen weten niet wat ze doen', 'De Beer beschouw ik als mijn eigendom' en 'Van de natuur moeten ze afblijven. Dat is een rijkdom die door niets kan worden vervangen. Wat ze hier doen, is laster.' Nog in 1986 zou hij in een documentaire over Europoort het verlies van De Beer samenvatten met: 'Kotsmisselijk word ik ervan'.

Elke maand een verslag

Korfmaker moest uit hoofde van zijn functie als opzichter ook verslagen voor het bestuur van de Stichting Natuurmonument De Beer maken van wat er op De Beer omging. Het grootste gedeelte van deze verslagen is bewaard gebleven. Ze geven niet alleen een gedetailleerd beeld van de gebeurtenissen op De Beer, maar geven ook inzicht in de persoon van Korfmaker. In zijn verslagen maakte Korfmaker gewoonlijk een tweedeling: een deel met algemene gebeurtenissen en een deel met informatie over de vogels. Het algemene deel in Korfmakers verslagen is soms zeer uitgebreid en gedetailleerd en soms zeer kort ('Geen bijzonderheden' is een nogal veel gebruikte formulering). Korfmaker aarzelde ook niet om persoonlijk commentaar op mensen en gebeurtenissen te geven. Meestal open en direct, soms tussen de regels door.

De fotograaf

Korfmaker ging aan het eind van de jaren vijftig fotograferen. Dit vak leerde hij van de Rotterdamse onderwijzer Karel Schot. Duizenden dia's heeft Korfmaker van De Beer gemaakt. Dia's die overigens goed van pas kwamen bij de vele lezingen die hij in de loop van de jaren zou geven. Zelfs de ondergang van De Beer, het afgraven en het afbranden van de vegetatie legde Korfmaker vast in zijn dia's. Het moet volgens de beschrijvingen en het overgeleverde fotomateriaal een uitermate treurig en barbaars gezicht geweest zijn. De vegetatie werd eerst afgebrand. Vooral bij de duindoorns werd een handje geholpen door oude autobanden te overgieten met industriële olie en vervolgens in brand te steken. Een verstikkende, walmende, zwarte rook was het resultaat. Daarna kwamen dan de draglines en graafmachines die met veel lawaai resterende duindoorns uittrokken, het terrein afgroeven en egaliseerden. Voor iemand die sinds 1945 op De Beer heeft gewerkt, moet dit aanzicht met recht onverdraaglijk zijn geweest.

Onvoorwaardelijk

In zijn jaarverslag 1959 scheef Korfmaker: 'Wat wel het ergste was om te moeten aanzien dat in de lente zeer mooie delen waarin verschillende vogels reeds volop aan het broeden waren, met de grond gelijk werden gemaakt en zo in brand werden gestoken, dikwijls met nesten waarin eitjes of jonge vogels. Om hier tegen te ageren had in het geheel geen zin, want een groepje vandalen (het leek wel dat men deze wezens daar speciaal voor had uitgezocht) het grootste genoegen hadden de stumpers, als ik of Stehouwer er toevallig langs moesten, dan kon men de liefde voor de natuur van hun sadistische gezichten lezen.'

Het lied van Korfmaker

Op 't eiland Rozenburg ken ik een plekje
Het lieflijk stukje grond dat heet “de Beer”
Men vind er bos en duin en zee en stranden
Daar tussenin een lieflijk meer.
Het vooglenkoor weerklinkt er door het lover,
En 't schor geluid van de fazant weergalmt door 't woud.

Vogelenland o mijn dromenland
Gij met je mooie vergezichten
Wat ben je wonderschoon jij bent net een droom
Ik denk aan jou waar ik mij ook bevind.
O Vogelenland o mijn dromenland
Jij met je rust en je genoegen
Er is geen plek op deze aard waar ik zoveel van hou
Mijn dromenland aan jou heb ik mijn hart verpand.

O land van wijde slikken en van schorren
Begrensd door Noordzee, Waterweg en Maas
Duizenden vogels hebben je uitverkoren
Ver van 't gewoel en 't geraas
Soms zit ik stil in mijmering verloren
Terwijl de lucht bezwangerd is met bloemengeur;
Vogeleneiland o mijn dromenland enz.
(als boven).

 

Logo

Laatste wijziging

15 oktober 2018

Terzijde

Korfmaker nij een nest van de bergeend

Korfmaker bij een nest van de Bergeend, jaren vijftig. En natuurlijk met de onvermijdelijke sigaret in de mond. Foro collectie Ed Buijsman.

 

Korfmaker nij een nest van de bergeend

Korfmaker als bewaker van de Kleine Beer, 1971.
Foto Cornelis Lievaert.

 

Korfmaker nij een nest van de bergeend

Korfmaker op de tentoonstelling over De Beer

in Rozenburg, 1988. Foto Cornelis Lievaert.