Natuurmonument De Beer

Het zal omstreeks 1950 zijn geweest dat ik met mijn vader mijn eerste bezoek aan De Beer bracht. Het reservaat was kennelijk bij ons bekend, waarschijnlijk door het boek Het Vogeleiland dat bij ons in de kast stond en misschien ook door artikelen in het tijdschrift In Weer en Wind. Ik was toen al in vogels geïnteresseerd en mijn ouders stimuleerden mij ook in de 'kennis der natuur' die ik vooral tijdens vakanties vanaf mijn vroegste jeugd op ons familie-eiland Schiermonnikoog als vanzelf ingegoten kreeg.

Hoe mijn vader en ik naar De Beer reisden herinner ik mij niet meer. Het kan zijn dat wij vanuit Rotterdam-Zuid op de fiets naar Oostvoorne reden en vandaar over de net aangelegde dam door de Brielse Maas naar opzichter Korfmaker. Maar het zou ook kunnen dat wij met de trein vanuit Rotterdam DP naar Hoek van Holland reisden en vandaar met de boot naar de overkant voeren.*       

Onze nazomerse wandeling voerde vanaf huize Korfmaker via het strand naar het weidse Groene Strand dat ons waarschijnlijk ook door de nabijheid van de zee aan ons favoriete waddeneiland deed denken. Ik denk dat wij ook uitkeken naar de Morinelplevier die in het genoemde boek over De Beer, door zijn bekende tamheid, een verleidelijke rol speelt. Lahol, zoals de vogel door de bewoners van Lapland  wordt genoemd, zagen wij niet, maar helder staat mij bij dat vanuit een gezelschap kennelijke vogelaars, die ons achterop liepen, een luide stem klonk: “Visarend”. En daar kwam de vogel, soeverein langs het strand wiekend voorbij, al vissend zuidwaarts trekkend. Het was mijn eerste Visarend waar ik niet van had durven dromen die te zien. De persoon aan wie de stem toebehoorde bleek Anton van den Oord te zijn, die ik ook later nog op De Beer zou tegenkomen, en ook een keer in Rotterdam zou bezoeken.

Enkele jaren later, in 1954, ging ons Rotterdamse vogelclubje, bestaande uit Gerard Ouweneel, Ben van der Velden, Adri Rijsdijk, Jur van der Beek en mijn persoon, opnieuw naar De Beer dat toen een regelmatig excursiedoel was. Het was in mijn herinnering op die 28ste augustus een heerlijke, heldere en veelbelovende dag. Eind augustus, een mooiere trektijd kun je je als vogelaar haast niet wensen.

De wandeling ging vanaf het huis van Korfmaker langs de Waterweg naar de Zuidpier waar wij Steenlopers, een Paarse Strandloper, een Kleine Jager, Grote Sterns, Dwergsterns en Dwergmeeuwen zagen. Voorwaar, een mooi begin van onze excursie die van af de pier over de zeereep naar het Groene Strand leidde. Het primaire oogmerk was daar de Morinellen te vinden die er immers, naar wij wisten, eind augustus vaste bezoekers waren. Onderweg zagen wij zo maar een Waterrietzanger die toen in de nazomer op De Beer vrij gewoon was en Lahol gaf gelukkig ook acte de présence.

Maar de aandacht ging plotseling uit naar een vogel die roepend rondvloog en ons door zijn zwart-wit-tekening  eerst deed denken aan een Witgatje. Al gauw werd echter duidelijk dat het om een andere soort moest gaan. Of ik een ingeving van boven kreeg, ik weet het niet meer, maar waarschijnlijk door het bestuderen van de toen pas uitgekomen Vogelgids van Roger Tory Peterson riep ik uit dat het wel eens een Steppenvorkstaartplevier kon zijn. En toen de vogel langdurig kon worden bekeken terwijl deze op insecten joeg, werd duidelijk dat mijn ingegeven determinatie wel juist moest zijn. Uiteraard werd de aandacht geheel op de uit verre streken afkomstige vogel gericht, wij wisten dat het een heel zeldzame dwaalgast was. Euforie, het woord kenden wij toen nog niet.

Op onze terugweg zouden wij de vogel nogmaals zien, toen boven het Zuidslik van De Beer. Die zelfde avond nog, of de avond erop, ik weet het niet meer, bezochten wij Anton van de Oord bij hem thuis in Rotterdam, de man die ik bij mijn eerste bezoek aan De Beer ook al had ontmoet. Wij konden bij hem het voor ons budget veel te dure Handbook of British Birds inzien en werden bevestigd in onze determinatie van de bijzondere vogel. Daags na onze excursie was een befaamd gezelschap van Haagse vogelaars, onder wie de bewerker van de Vogelgids, mr. Jan Kist, op zoek naar de vogel, maar deze bleek gevlogen .....

Luuk J. Draaijer

* DP: Delfsche Poort

Steppenvorkstaartplevier

Deel van de pagina uit Peterson's Vogelgids met daarop de Steppenvorkstaartplevier.

 

Publicaties over de Steppenvorkstraatplevier

— Ouweneel, G., De Steppervorkstaatplevier van Stad aan 't Haringvliet - Adrenalone bij 't Watergat, Sterna 63(1), 34-35, 2018.
— Van der Beek, J., Steppenvorktstaartplevier op 'De Beer' waargenomen, Wiek en Sneb 2 (5), 33-34, 1954.
— Velden, B. van der, Een waarneming van de Steppenvorkstaartplevier, Glareola
nordmanni Fischer, op "de Beer"
, Ardea 42, 343-345, 1954.

 

Laatste wijziging

15 oktober 2018

Terzijde

Luuk Draaijer

Luuk Draaijer, aquarel door Elwin van der Kolk.

 

Door de getijdengeul

De getijdengeul die het noorden van het Groene Strand doorsneed, was bij hoogwater niet over te steken. Zelfs niet met kaplaarzen; die moesten dan uit, evenals de pantalon. Op deze foto de crossing van 25 oktober 1957. Links Luuk Draaijer, rechts Gerard Ouweneel. Foto J. van der Beek; collectie G. Ouweneel.

 

Zuidelijk deel van het Groene Strand met heemst; 9.1961. Foto Jan Koolen.

 

Steppenvorkstaartplevier

Steppenvorkstraatplevier. Foto Michel Veldt, Eemnes, 17 oktober 2006/Dutchavifauna.