Natuurmonument De Beer

25-27. De Buitenplas Pijl links [ 28 ] Pijl rechts 29. Overgangsgebied naar het zuiden

Kaartje Complex oude bunkersDe belangrijkste kokmeeuwenkolonies waren gevestigd op en om twee clusters kapotgesprongen bunkers. De noordelijke cluster vormde het belangrijkste doel van de excursies in de broedtijd.

Onder leiding van een opzichter, meestal Korfmaker of Stehouwer, liep de excursiegroep, na een lang en interessant voortraject vol nesten van allerlei vogels, langs een bepaalde route door zo'n kolonie heen, waarbij de nesten en jongen konden worden bewonderd. Dat moest wel snel gebeuren teneinde de ouders de gelegenheid te geven om zo snel mogelijk de nesten weer op te zoeken. De groep werd hierbij voortdurend tot haast aangespoord.

In de eerste helft van de jaren vijftig, toen de grote sterns en visdiefjes er nog broedden, werd ook van deze soorten een kolonie aangedaan. Die lag in de jongste duintjes, voorbij het Groene Strand (— 37). Er werd alleen maar langs gelopen, niet er doorheen. Later kwamen de verhalen over de achteruitgang van die kolonies en kwamen de excursiegroepen daar niet meer.

De kolonieplaatsen van de kokmeeuwen waren eigenlijk heel lelijk, met al dat verbrokkelde beton en aanspoelselhout. De bodem was zeer verrijkt met meststoffen en raakte volgegroeid met brandnetels en andere ruigteplanten. Na de broedtijd wemelde het er soms ook van de lijkjes van doodgegane halfwas jongen.

In de kapmeeuwenkolonie

In de kapmeeuwenkolonie, hulpbewaker Stehouwer leidt een klas rond, mei 1961. Foto Jan Koolen.

Kapmeeuwenkolonie

Kapmeeuwenkolonie op het noordelijk deel van het Groene Strand. Foto Jan Koolen.

 

25-27. De Buitenplas Pijl links [ 28 ] Pijl rechts 29. Overgangsgebied naar het zuiden

 

logo

Laatste wijziging

15 oktober 2018

Over natuurmonument De Beer

A. de Graaff: ... in 1940 kwam de Duitse bezetting. Deze heeft ook in dit natuurmonument heel veel kwaad gedaan. Het prachtige landschap is daardoor in zijn totaliteit ernstig geschonden. Er waren in 1945 alleen fragmenten over. Gelukkig evenwel fragmenten van hoge waarde. aangezien de meeste broedterreinen van zee-en starndvogels bijna onaangeroerd bleven. Het oorspronkelijke duinterrein werd evenwel verknoeid, vergraven en volgebouwd met talloze bunkers en andere bouwwerken. De oude 'aanspoelselhoek' en omgeving bv. werd omgezet in een soort vesting, het 'kernwerk' dat nog als zodanig aanwezig is.


Tussen 1940 en 1945 is bovendien, aansluitend aan dit kernwerk, een eerst in Zuidelijke richting lopende, zich later naar het Oosten ombuigende zeedijk gelegd. Dit werd o.m. gedaan ten dienste van de omzetting van een belangrijk gebied van 'de Beer', de vroegere riet- en biezenvelden ten Westen van de Scheurdam, in landbouwgrond, de zogenaamde Nieuwe Polder. Daardoor is het binnengedijkte land aan de ongestoorde werking van zee en wind onttrokken, en wordt de natuurlijke ontwikkeling van de binnen de dijk gelegen duinvalleien ingrijpend gewijzigd.

 

Een werk van ingrijpende betekenis is voorts, dat in 1949-1950 de dijk is gelegd, die de Brielse Maas afsluit van de zee en die Rozenburg verbindt met Voorne. Een van de gevolgen hiervan is, dat vrijwel het gehele nog resterende deel van het rietgors verloren ging. Uit en en ander blijkt wel, dat veel van het oude helaas is verdwenen. Gelukkig zijn er ook lichtpunten aan te wijzen. Vele sporen van het ingrijpen door de Duitsers konden namelijk worden uitgewist. Bijna alle bunkers konden aan het oog worden onttrokken door het opbrengen van zand en het aanbrengen van beplanting; andere bouwsels werden geheel gesloopt en een gordel jong 'natuurlijk' duinbos werd aangeplant. Uiteindelijk kan dan ook met blijdschap worden geconstateerd, dat 'de Beer' gebleven is: een fraai en belangrijk natuurmonument van grote betekenis.

Terzijde

Uitkomend ei in de kapmeeuwenkolonie

Uitkomend ei in de kapmeeuwenkolonie.

Foto Jan Koolen.