Natuurmonument De Beer

34. Restant van de Vogelplaat Pijl links [ 35 ] Pijl rechts 36. Groene strand (2)

Kaartje Het noordelijke deel van het Groene Strand = Groene strand (1)Het noordelijke deel van het Groene Strand, met de daar liggende getijgeul, was maar heel spaarzaam begroeid en bestond eigenlijk uit een grote vochtige zandvlakte. De begroeiing trok zich hier terug naar het oosten (zie ook — 24). Langs de noordrand lag het zuidelijke havenhoofd van de Nieuwe Waterweg met zijn karakteristieke ijzeren bakens.

Geul met uitgebloeide zeeasters

Geul met uitgebloeide zeeasters op het noordoostelijk deel van het Groene Strand, oktober 1961. Foto Jan Koolen.

Het noordelijk deel van het Groene Strand

Het noordelijk deel van het Groene Strand; op de voorgrond een konijnenhol, op de achtergrond de Nieuwe Waterweg, oktober 1962. Foto Jan Koolen.

 

34. Restant van de VogelplaatPijl links [ 35 ] Pijl rechts 36. Groene strand (2)

 

logo

Laatste wijziging

15 oktober 2018

Over natuurmonument De Beer

C.N.A. de Voogd: De Beer is in de eerste plaats beroemd geworden als broedgebied van vele soorten strand-en zeevogels en als pleisterplaats van zeer vele doortrekkers, vooral waterwild en steltlopers. In 1956 broedden op De Beer minstens 67 vogelsoorten! Deze grote verscheidenheid is onder andere te danken aan de vele landschapstypen, die op De Beer vertegenwoordigd zijn: strand.... en schelpvlakten, bij eb droogvallende slikvlakten, zilte schorren, rietgorsen, kreken en jonge duintjes, duinstruweel, duin .... grasvlakten, moerassige valleien, zoetwaterplasjes en bos. Van oudsher hebben de grote kolonies van visdiefjes, grote sterns en kapmeeuwen de aandacht getrokken en hieraan ontleent De Beer dan ook de naam 'Vogeleiland'.

 

Op de schelpvlakten broeden verder drie soorten pluvieren naast elkaar: de bontbekpluvier, de strandpluvier en de moriineplevier, hetgeen een grote bijzonderheid is. Op de begroeide oude strandvlakte, het zg. Groene strand, vinden tal van weidevogels een gunstige broedgelegenheid. De scholekster spande in 1956 de kroon met 160 broedparen, doch ook kievit, grutto, tureluur en kemphaan zijn reeds talrijk vertegenwoordigd. Deze soorten komen in Nederland meestal nog vrij veel voor. Elders in Europa zijn zij evenwel schaarser of ontbreken zij geheel. De Beer biedt in Nederland nog het enige voorbeeld van een goed bezet broedterrein van de kemphaan in vochtige duinvalleien. Vroeger was dit niet ongewoon, maar door de verdroging is de soort in het duingebied echt zeldzaam geworden.