Natuurmonument De Beer

38. Groene Strand (4) Pijl links[ 39 ] Pijl rechts 40. Jonge stuifduinen in het zuiden

Kaartje Groene Strand (5)Het grootste uniforme deel van het Groene Strand vormde de zuidelijke helft, tussen een grote getijdengeul (zie ook — 42) en de hoge duinenrij (zie ook — 30). Het bevatte een lage begroeiing en kleurde in de herfst paars, rood, geel en bruin van de schorrenplanten. Op deze grote vlakte kon je altijd de interessantste vogels aantreffen, vooral in de trektijd.

 

 

Zuidelijk op het Groene Strand met op de voorgrond heemst

Zuidelijk op het Groene Strand met op de voorgrond heemst, september 1961. Foto Jan Koolen.

Morinelplevier op het Groene Strand Morinelplevier op het Groene Strand

Morinelplevier op het Groene Strand, augustus 1961. Foto's Henk Vogelzang.

 

38. Groene Strand (4) Pijl links[ 39 ] Pijl rechts 40. Jonge stuifduinen in het zuiden

 

logo

Laatste wijziging

15 oktober 2018

Citaten

Jan Koolen:'De vogels – meestal solitaire of in kleine groepjes – waren al op grote afstand te zien. De meeste steltlopers, zoals tureluur, groenpootruiter, zwarte ruiter, maar ook zilverplevier en bontbekje, waren altijd wel aanwezig. Dieper in de winter was er altijd het intens genot van de groepen zwartwitte sneeuwgorzen die laag over de grond rondzwierven, op zoek naar het zaad van de zoutplantjes. Maar de topkwaliteit in de waarnemingen werd uiteraard gevormd door de morinelplevier, de vogel waardoor De Beer beroemd was en gedurende het najaar altijd vogelaars trok.

 

Jan Koolen: Midden op dit uitgestrekte kale Groene Strand stond een opmerkelijke groep planten: een dichte bos van drie vierkante meter heemst, die in de zomer mooi stond te bloeien. Jaar na jaar, het is een overblijvende plant. Maar als na een winter vol overstromingen door zeewater de planten de volgende zomer toch weer bleken te bloeien, dwong dat respect af. Hoe hielden ze het vol?!